Meervoudige intelligentie

Wij hebben aandacht voor de totale ontwikkeling van het kind. Niet alleen de intellectuele vaardigheden zoals rekenen, spelling en lezen vinden we belangrijk, maar ook creativiteit, de motoriek en de sociaal-emotionele vorming hebben onze aandacht. Ieder kind heeft zijn talenten en die moeten tot uiting kunnen komen. Niet alleen prestaties in de cognitieve vakken worden beloond en gestimuleerd, ook het mooi kunnen tekenen, goed kunnen dansen, goed kunnen luisteren of goed kunnen vertellen worden gewaardeerd en gestimuleerd.
Wij houden ook rekening met de talenten van kinderen, door vormen van Meervoudige Intelligentie (M.I.) toe te passen in ons onderwijs. De theorie van M.I. stelt de vraag: ‘Hòe is mijn kind knap?’ Er worden 8 intelligenties onderscheiden, die in diverse gradaties in elk kind aanwezig zijn of ontwikkeld kunnen worden. Het ene kind is muzikaal, het andere is goed met cijfers en logisch redeneren en weer een andere is vooral sociaal en leert het beste als hij in groepjes met anderen kan overleggen en opdrachten kan uitvoeren.

In het onderwijs wordt veelal gebruik gemaakt van woorden en beelden om kinderen dingen te leren. Doordat wij werken met M.I. gebruiken we meerdere manieren om leerlingen dingen te leren. Zodoende komen ook de andere intelligenties aan bod.

Een belangrijk kenmerk binnen M.I. is het coöperatief werken, waarbij alle kinderen actief samenwerken op basis van GIPS:

  • Gelijke deelname: ieder kind moet een even grote, evenredige bijdrage leveren aan de taak.
  • Individuele verantwoordelijkheid: ieder draagt zijn steentje bij. Aan het eind van de opdracht kan elk willekeurig lid van de groep de gevraagde uitleg geven of aangesproken worden op zijn deel van de taak.
  • Positieve wederzijdse afhankelijkheid: de opdracht kan niet (goed) uitgevoerd worden als niet iedereen zijn bijdrage levert.
  • Simultane actie: alle kinderen zijn tegelijkertijd bezig. Iedereen komt aan bod.`